Terug naar Blog
Gemeenschap5 min

VvE zelf beheren: kan jouw kleine vereniging dat aan?

Een beheerder betalen voor werk dat je grotendeels zelf kunt? Voor een gebouw met twee tot zes appartementen is zelf beheren vaak haalbaar, mits je drie dingen op orde hebt.

Drie eigenaars aan een keukentafel met een laptop vol cijfers, papieren, koffiekopjes en een blauwe map, met appartementen buiten het raam.
Door AI gegenereerde afbeelding

Ja, een VvE mag zichzelf beheren: de wet eist geen professionele beheerder. Wel moet de vereniging in het Handelsregister staan, elk jaar een exploitatierekening opstellen en jaarlijks minstens 0,5% van de herbouwwaarde in het reservefonds storten (artikel 5:126 BW). Voor twee tot zes appartementen is dat met twee actieve eigenaars goed te doen.

Moet onze VvE van vier appartementen echt elk jaar een beheerder betalen voor werk dat we grotendeels zelf zouden kunnen doen? Die vraag valt op bijna elke kleine vergadering een keer, meestal net nadat de jaarafrekening op de mat lag.

Een VvE zelf beheren is geen slimmigheid om onder je verplichtingen uit te komen. Het is diezelfde vereniging, alleen zonder betaalde tussenpersoon. Voor een gebouw met twee tot zes appartementen kan dat prima; voor een groot complex met liften en een personeelsadministratie meestal niet.

Moet je kleine VvE zichzelf beheren?

Zelf doen staat of valt met drie dingen en de omvang is er maar één van. De cijfers zijn zelden het probleem, de continuïteit wel. Weeg deze drie eerlijk af voordat je de beheerder opzegt:

  • Omvang: twee tot zes appartementen, één gebouw, geen lift of gedeeld personeel dat om een echte administratie vraagt
  • Bestuur: minstens twee eigenaren die het een paar jaar willen dragen, niet één vrijwilliger die in zijn eentje alles trekt
  • Rust: geen slepende burenruzie of achterstallig onderhoud dat eerst juridisch moet worden ontward

Zit er op een van die drie een dikke min, dan is uitbesteden verstandig. Een vereniging met een lopend geschil koopt met een externe beheerder vooral een neutrale scheidsrechter en dat is zijn geld waard.

In de praktijk gaat het bijna nooit mis op de boekhouding en bijna altijd op de opvolging: de VvE die op één enthousiaste eigenaar draait, valt stil zodra die verhuist. De wet gaat uit van één bestuurder als de statuten niets anders zeggen, en dat is precies het risico. Verdeel de taken daarom vanaf dag één over minstens twee mensen.

Welke stappen zet je om zelf te beheren?

Zelf beheren is vooral een kwestie van volgorde en vastleggen. Dit is het pad dat werkt:

  • Schrijf de VvE in bij de Kamer van Koophandel (KvK); de Handelsregisterwet noemt de vereniging van eigenaars uitdrukkelijk (artikel 6), en je hebt er een bestuurder voor nodig
  • Open een aparte bankrekening op naam van de VvE, gescheiden van ieders privégeld, en zet het reservefonds op een eigen betaal- of spaarrekening
  • Zet de administratie op één vindbare plek: splitsingsakte, modelreglement, notulen, polissen en jaarcijfers
  • Roep een rechtsgeldige vergadering van eigenaars (ALV) bijeen: op tijd uitnodigen, met agenda en elk besluit in de notulen
  • Voer een eenvoudige boekhouding met een begroting, de maandelijkse bijdragen en de jaarlijkse storting in het reservefonds

De administratie hoeft niet ingewikkeld. Agenda, stukken en bijdragen passen tegenwoordig in een softwarepakket voor VvE-beheer zoals Vecinly, zodat de hele geschiedenis niet aan de ordner van één eigenaar hangt en een bestuurswissel geen kaalslag wordt.

Wat kost een beheerder en wat scheelt zelf doen?

Een professionele beheerder rekent meestal een vast bedrag per appartement per jaar, met een apart uurtarief voor extra werk zoals een tweede vergadering of een verbouwing. Vraag de offerte of de lopende overeenkomst erbij, tel de meerwerkposten van vorig jaar op en deel door het aantal appartementen: dan weet je wat jullie gebouw er echt aan kwijt is. Zet daar de kosten van een beheerpakket en de bankrekening tegenover; onze eigen tarieven staan op de prijzenpagina. In beide gevallen gelijk: de verplichte storting in het reservefonds en de verzekeringen, want die horen bij het gebouw en niet bij de beheervorm.

Toch is zelf doen niet gratis; je betaalt in tijd in plaats van in euro's.

Een paar avonden per jaar voor de vergadering, de incasso en de jaarrekening. Wie die uren niet heeft of niet wil, koopt met een beheerder simpelweg rust en afstand tot de aansprakelijkheid. Reken dus niet alleen de besparing, maar ook je eigen agenda mee.

Wat moet je wettelijk toch blijven regelen?

Zelf beheren verandert niets aan wat de wet van een VvE eist. Drie dingen blijven overeind, ongeacht wie de post opent.

De Wet verbetering functioneren VvE's verplicht elke vereniging sinds 2018 jaarlijks te reserveren voor onderhoud: minimaal 0,5% van de herbouwwaarde, of het bedrag uit een meerjarenonderhoudsplan. Hoe je die inleg precies berekent, staat in het verplichte reservefonds. Slaapt je vereniging nog helemaal, begin dan bij het activeren van een slapende VvE. Zonder betaalde beheerder controleert niemand van buiten de boeken. Benoem daarom een kascommissie: twee eigenaren die de jaarcijfers nakijken voordat de vergadering ze goedkeurt. En de ALV zelf moet rechtsgeldig zijn (op tijd en volgens het reglement uitgenodigd, met een geldig quorum), anders zijn de besluiten achteraf aanvechtbaar.

Twee ontwikkelingen maken het zelf regelen iets makkelijker. Vanaf 1 januari 2027 mag wie de vergadering bijeenroept bepalen dat die ook of alleen online plaatsvindt; eigenaars met samen een kwart van de stemmen kunnen eisen dat ze ook fysiek toegankelijk blijft (artikel 5:127 BW, tekst per 2027). En voor verduurzaming, inclusief advies over laadpunten, loopt de SVVE-subsidie van RVO nog tot en met 2030. Een laadpaal bij je eigen parkeerplek vraagt nog steeds toestemming van de vergadering: het wetsvoorstel dat die toestemming zou vervangen door een melding aan het bestuur, is sinds de consultatie van 2021 geen wet geworden.

Welke verplichtingen heeft een kleine VvE?

Dezelfde als een grote: inschrijving in het Handelsregister, een jaarlijkse exploitatierekening, een reservefonds met een inleg van minstens 0,5% van de herbouwwaarde of het bedrag uit een MJOP, en een verzekering van het gebouw zoals het reglement die voorschrijft.

Heeft een kleine VvE een eigen bankrekening nodig?

Ja, in de praktijk wel. Het reservefonds moet op een afzonderlijke betaal- of spaarrekening op naam van de VvE staan, tenzij het reglement, een bankgarantie of een besluit met vier vijfde van de stemmen iets anders regelt.

Is een MJOP verplicht voor een kleine VvE?

Nee. Een MJOP is het alternatief voor de 0,5%-regel: zonder vastgesteld plan van hoogstens vijf jaar oud reserveert de VvE minstens een half procent van de herbouwwaarde.

Moet je een kleine VvE oprichten?

Nee, de VvE ontstaat vanzelf bij de splitsing in appartementsrechten en iedere eigenaar is van rechtswege lid. Wat wel moet, is haar laten functioneren: bestuur, vergadering, rekening en inschrijving.


Klein gebouw, een stabiel bestuurtje en een paar avonden per jaar? Dan houd je het geld in eigen kas en blijf je binnen de wet. Ontbreekt een van die drie, dan is een beheerder verstandig uitbesteed werk.

Informatie bijgewerkt in september 2026. Dit artikel is uitsluitend informatief en vormt geen juridisch advies.

VvE zelf beheren mag: de wet eist geen beheerder, wel KvK-inschrijving, een jaarrekening en 0,5% reservefonds. Test en stappenplan voor kleine VvE's.

Artikel delen:

Beschikbaar in 2 talen

Probeer het gespecialiseerde platform voor uw VvE

Organiseer onderhoud, communicatie en beheer eenvoudig.