Reservefonds van de VvE: wat eist de wet elders in Europa?
Nederland vraagt 0,5% van de herbouwwaarde per jaar, België 5% van de gewone lasten. Het wettelijke minimum voor het reservefonds in 12 Europese landen, met de wet erbij.

In Nederland moet een VvE elk jaar minstens 0,5% van de herbouwwaarde in het reservefonds storten, of het bedrag uit een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) dat niet ouder is dan vijf jaar (artikel 5:126 BW). In België rekent de VME met iets heel anders: minstens 5% van de gewone gemeenschappelijke lasten van het vorige jaar, uiterlijk vijf jaar na de oplevering van de gemeenschappelijke delen, en de algemene vergadering kan er met een vier vijfde meerderheid van afzien (artikel 3.86 § 3 Burgerlijk Wetboek).
Over de grens scheelt dat voor hetzelfde gebouw een factor zestien.
Het wettelijke minimum per land
| Land | Wettelijk minimum | Waar het aan gekoppeld is | Bron |
|---|---|---|---|
| Nederland | Minstens 0,5% van de herbouwwaarde per jaar, of het bedrag uit een MJOP van hoogstens vijf jaar oud | Jaarlijkse bijdrage | BW art. 5:126 |
| België | Minstens 5% van de gewone gemeenschappelijke lasten van het vorige jaar, uiterlijk vijf jaar na de oplevering; afzien kan met vier vijfde | Jaarlijkse bijdrage | Belgisch BW art. 3.86 § 3 |
| Oostenrijk | Minstens € 1,12 per m² gebruiksoppervlakte per maand (2026), om de twee jaar geïndexeerd | Maandelijkse bijdrage | WEG 2002 § 31 |
| Ierland | € 200 per appartement per jaar, of een ander bedrag dat de eigenaars afspreken | Jaarlijkse bijdrage | MUD Act 2011, s. 19 |
| Spanje | Saldo nooit lager dan 10% van de laatste gewone begroting | Ondergrens van het fonds | LPH art. 9.1.f |
| Catalonië | Minstens 5% van de gemeenschappelijke kosten per jaar; wat niet wordt uitgegeven, blijft staan | Jaarlijkse begrotingspost | CCCat art. 553-6 |
| Andorra | Minstens 5% van de laatste gewone begroting | Omvang van het fonds | Llei 12/2004, art. 14 |
| Portugal | Minstens 10% van het aandeel van elke eigenaar in de overige kosten | Jaarlijkse bijdrage | Decreto-Lei 268/94, art. 4 |
| Frankrijk | Minstens 5% van de begroting; met een vastgesteld meerjarig werkenplan minstens 2,5% van de geplande werken | Jaarlijkse bijdrage | service-public.gouv.fr |
| Duitsland | Geen bedrag; alleen een «passende» reserve | Besluit van de eigenaars | WEG § 19(2) nr. 4 |
| Denemarken | Geen bedrag; de modelstatuten eisen een onderhoudsplan dat elke gewone vergadering goedkeurt | Besluit van de eigenaars | Normalvedtægt 2020 |
| Italië | Geen jaarlijkse reserve; een bijzonder fonds ter hoogte van de volledige kosten zodra buitengewone werken zijn goedgekeurd | Per project | Codice civile art. 1135 |
Hetzelfde gebouw in acht landen
Neem een gebouw met 20 appartementen, 1.600 vierkante meter gebruiksoppervlakte, een gewone begroting van 30.000 euro per jaar en een herbouwwaarde van 4,8 miljoen euro. Dit moet het wettelijk minstens opzijzetten:
| Waar | Wettelijk minimum |
|---|---|
| België, Frankrijk, Catalonië | € 1.500 per jaar |
| Andorra | € 1.500 in het fonds |
| Spanje | € 3.000 in het fonds, op elk moment |
| Portugal | € 3.000 per jaar |
| Ierland | € 4.000 per jaar, tenzij de eigenaars iets anders afspreken |
| Oostenrijk | € 21.504 per jaar |
| Nederland | € 24.000 per jaar, tenzij een actueel MJOP een ander bedrag vastlegt |
Het verschil tussen 1.500 en 24.000 euro komt niet uit een afronding. Waar de reserve aan de gewone begroting hangt, groeit ze mee met de rekeningen van het gebouw en niet met de leeftijd van het dak; Nederland en Oostenrijk koppelen haar aan het gebouw zelf, aan wat herbouw zou kosten of aan de oppervlakte, en dat ligt veel dichter bij wat een dak, een lift of een gevel werkelijk kost. Een Belgische VME die twintig jaar lang alleen het minimum opzijzet, komt bij de eerste grote post met een fractie van het geld aan, en dan moet de vergadering een extra bijdrage vragen die niemand had begroot. De Nederlandse ondergrens is juist bedoeld om dat te voorkomen.
Het MJOP is in Nederland de uitweg uit het halve procent: legt een plan van hoogstens vijf jaar oud een ander bedrag vast, dan geldt dat bedrag. Zonder zo'n plan blijft de VvE aan de 0,5% van de herbouwwaarde vastzitten.
Waar de wet geen bedrag noemt
In Duitsland, Denemarken en Italië beslissen de eigenaars. De Duitse wet vraagt een passende reserve en verder niets; de Deense modelstatuten eisen een onderhoudsplan, maar geen percentage; de Italiaanse wet vraagt pas geld als er werken zijn goedgekeurd, in een bijzonder fonds ter hoogte van de volledige kosten. Daar is de vergadering, met het onderhoudsplan erachter, de enige bescherming tegen een gebouw zonder spaarpot.
Is een reservefonds voor een VvE verplicht?
Ja. Een VvE moet jaarlijks minstens 0,5% van de herbouwwaarde in het reservefonds storten, of het bedrag uit een MJOP dat niet ouder is dan vijf jaar (artikel 5:126 BW).
Hoe bereken je het reservefonds van een VvE?
Vermenigvuldig de herbouwwaarde met 0,005. Bij een herbouwwaarde van 4,8 miljoen euro is dat 24.000 euro per jaar. Heeft de VvE een MJOP van hoogstens vijf jaar oud, dan reken je met het bedrag uit dat plan.
Is een reservefonds voor een VME in België verplicht?
In principe wel: minstens 5% van de gewone gemeenschappelijke lasten van het vorige jaar, uiterlijk vijf jaar na de oplevering van de gemeenschappelijke delen. De algemene vergadering kan er met een meerderheid van vier vijfde van afzien.
Meer over de Nederlandse regel staat in onze artikelen over het verplichte reservefonds van de VvE en de opstalverzekering van de VvE, waarin ook de herbouwwaarde terugkomt; voor Belgische eigenaars is er de boekhouding van de VME zelf doen. Met de software voor VvE-beheer van Vecinly staat het reservefonds op een eigen regel in de boekhouding en ziet elke eigenaar het saldo.
Informatie bijgewerkt in september 2026. Dit artikel is informatief van aard en vormt geen juridisch advies.
Beschikbaar in 9 talen
Lees verder
Probeer het gespecialiseerde platform voor uw VvE
Organiseer onderhoud, communicatie en beheer eenvoudig.


